Haakpatroon kindervestje



Zoals beloofd, hier het haakpatroon van het kindervestje dat ik in Italië maakte.

Het vestje is gehaakt met haaknaald 4 en de wol is 100 % merino. De maat is 3-4 jaar.
Het is een top-down patroon, je begint dus bovenaan te haken, aan de hals en werkt zo in 1 stuk naar beneden.
Je eindigt elke toer met 2 lossen, keren en in het eerste stokje van de vorige toer beginnen haken
– 66 lossen haken
– voor het kraagje haak je 3 toeren vasten (je begint de eerste toer in de 3e losse) : je haakt dus 64 stokjes
(als je het kraagje niet wil, doe je gewoon deze 3 toeren niet, wil je een hoger kraagje, dan haak je extra toeren)
– we gaan onderverdelen, neem 3 stekenmarkeerders : haak 11 stokjes, plaats markeerder in volg steek, haak 8 stokjes, plaats markeerder in volg steek, haak 22 stokjes, plaats markeerder in volg steek , haak 8 stokjes, plaats markeerder in volg steek, haak 11 stokjes.
(uitleg : de 11 stokjes : dit worden de voorkanten van het vestje, de 8 stokjes de schouders/mouwen en de 22 stokjes de rug, de steken waar de markeerder in zitten worden de raglans
Je kan deze onderverdeling gebruiken voor tal van nieuwe patronen : de basis is een totaal aantal steken : 1/3 van deze steken ongeveer wordt de rug, de rug verdeel je dan in 2 – dit worden de zijkanten, en ongeveer 1/3 van de rug worden de schouders/mouwen. Je kan dit dus gaan toepassen op tal van nieuwe patronen.
De zijkanten : als je de helft van de rug neemt worden ze samen gelijk met het rugpand : wil je vb. voorkanten die iets over elkaar sluiten voor een vestje dat goed dicht kan, dan neem je best een paar extra steken langs beide kanten (beide kanten tuurlijk evenveel steken), wil je een open vestje (vb. bolero ofzo) dan neem je wat minder steken)
– volg toer haken : je haakt 11 stokjes, in het volgende stokje haak je 1 stokje + een losse + 1 stokje, je haakt 8 stokjes, in het volg stokje haak je 1 stokje + een losse en 1 stokje, je haakt 22 stokjes, in het volg stokje haak je weer 1 stokje + 1 losse en 1 stokje, en je haakt 8 stokjes.
– volg toer haak je 12 stokjes, in de opening met de losse van vorige toer haak je 1 stokje + 1 losse + 1 stokje , je haakt verder tot de volgende losse-opening in de vorige toer en je haakt daarin weer 1 stokje + 1 losse + 1 stokje. Je werkt de toer zo verder af.
– zo ga je nu heel de tijd verder en je meet geregeld de rug (dus waar oorspronkelijk 22 stokjes waren) : voor een vestje leeftijd 3-4 jaar neem ik 33 cm ongeveer. (wil je een kleiner vestje, dan stop je sneller, wil je groter ,dan doe je langer door)
– mouwen aanduiden : je haakt nu tot de losse-opening van de vorige toer, daarin haak je 1 stokje half en je springt naar de volgende losse-opening (je slaat dus al de andere steken ondertussen over), hier haak je ook een stokje half en haakt de 2 stokjes samen (je hebt nu 1 mouw afgebakend zeg maar), vervolgens haak je stokjes over de rugopening tot de volgende loss-opening, je haakt daarin weer een stokje half en springt naar de laatste losse-opening waarin je weer een stokje half haakt en deze 2samenhaakt (mouw 2 is aangeduid), je haakt stokjes tot het einde van de toer.
– haak verder stokjes over de voorkanten en rugkant (de mouwen sla je dus gewoon over)
– je haakt tot je vestje de gewenste lengte heeft : afkanten
– mouwnen : je kan kiezen : of een vestje met korte mouwtjes zoals je nu hebt of je kan ze langer maken.
– je haakt 2 lossen in de losse-opening (waar je de mouw-afbakening begonnen bent), en haakt verder in de ronde stokjes tot het einde van de toer : sluit de toer met een halve vaste in de 2 e losse
– haak nu verder toeren tot je mouwen lang genoeg zijn : afkanten
– je truitje is bijna klaar : afwerking : met een andere kleur rondom 2 toeren vasten haken (aan de voorkanten doe ik meestal in de eerste toer : 3 vasten, 4e en 5e vaste samenhaken,((omdat het anders te veel gaat lubberen). De bovenkant en onderkant haak ik gewoon 1 vaste in elke steek. De tweede toer haak ik in elke vaste van de vorige toer.
-draadjes instoppen en klaar
– de sluitingen : ik heb aan de ene kant knoopjes gezet (nogal dikke, zodat de sluiting er makkelijk over gaat), en voor de sluitingen heb ik i-cord gehaakt. Dit is mooier en duurzamer dan een ketting lossen. (i-cord : je haakt 2 lossen, dan haak je een vaste in de eerste losse, vervolgens vasten haken in het meest rechtse beentje van de laatste vaste…- als dit niet duidelijk is probeer ik wel een filmpje te vinden)
Je kan dit patroon gebruiken voor kindervestjes, baby-spul en ga zo maar door. Je kan eindeloos variëren : bolero’s, vetjes die over elkaar sluiten, schuine sluitingen, … Je kan ook variëren met steken : vasten, halve stokjes, stokjes, schelppatronen, …
Veel succes. Hopelijk is mijn uitleg wat duidelijk, anders hoor ik dat graag!

Haakpatroon kindervestje



Zoals beloofd, hier het haakpatroon van het kindervestje dat ik in Italië maakte.

Het vestje is gehaakt met haaknaald 4 en de wol is 100 % merino. De maat is 3-4 jaar.
Het is een top-down patroon, je begint dus bovenaan te haken, aan de hals en werkt zo in 1 stuk naar beneden.
Je eindigt elke toer met 2 lossen, keren en in het eerste stokje van de vorige toer beginnen haken
– 66 lossen haken
– voor het kraagje haak je 3 toeren vasten (je begint de eerste toer in de 3e losse) : je haakt dus 64 stokjes
(als je het kraagje niet wil, doe je gewoon deze 3 toeren niet, wil je een hoger kraagje, dan haak je extra toeren)
– we gaan onderverdelen, neem 3 stekenmarkeerders : haak 11 stokjes, plaats markeerder in volg steek, haak 8 stokjes, plaats markeerder in volg steek, haak 22 stokjes, plaats markeerder in volg steek , haak 8 stokjes, plaats markeerder in volg steek, haak 11 stokjes.
(uitleg : de 11 stokjes : dit worden de voorkanten van het vestje, de 8 stokjes de schouders/mouwen en de 22 stokjes de rug, de steken waar de markeerder in zitten worden de raglans
Je kan deze onderverdeling gebruiken voor tal van nieuwe patronen : de basis is een totaal aantal steken : 1/3 van deze steken ongeveer wordt de rug, de rug verdeel je dan in 2 – dit worden de zijkanten, en ongeveer 1/3 van de rug worden de schouders/mouwen. Je kan dit dus gaan toepassen op tal van nieuwe patronen.
De zijkanten : als je de helft van de rug neemt worden ze samen gelijk met het rugpand : wil je vb. voorkanten die iets over elkaar sluiten voor een vestje dat goed dicht kan, dan neem je best een paar extra steken langs beide kanten (beide kanten tuurlijk evenveel steken), wil je een open vestje (vb. bolero ofzo) dan neem je wat minder steken)
– volg toer haken : je haakt 11 stokjes, in het volgende stokje haak je 1 stokje + een losse + 1 stokje, je haakt 8 stokjes, in het volg stokje haak je 1 stokje + een losse en 1 stokje, je haakt 22 stokjes, in het volg stokje haak je weer 1 stokje + 1 losse en 1 stokje, en je haakt 8 stokjes.
– volg toer haak je 12 stokjes, in de opening met de losse van vorige toer haak je 1 stokje + 1 losse + 1 stokje , je haakt verder tot de volgende losse-opening in de vorige toer en je haakt daarin weer 1 stokje + 1 losse + 1 stokje. Je werkt de toer zo verder af.
– zo ga je nu heel de tijd verder en je meet geregeld de rug (dus waar oorspronkelijk 22 stokjes waren) : voor een vestje leeftijd 3-4 jaar neem ik 33 cm ongeveer. (wil je een kleiner vestje, dan stop je sneller, wil je groter ,dan doe je langer door)
– mouwen aanduiden : je haakt nu tot de losse-opening van de vorige toer, daarin haak je 1 stokje half en je springt naar de volgende losse-opening (je slaat dus al de andere steken ondertussen over), hier haak je ook een stokje half en haakt de 2 stokjes samen (je hebt nu 1 mouw afgebakend zeg maar), vervolgens haak je stokjes over de rugopening tot de volgende loss-opening, je haakt daarin weer een stokje half en springt naar de laatste losse-opening waarin je weer een stokje half haakt en deze 2samenhaakt (mouw 2 is aangeduid), je haakt stokjes tot het einde van de toer.
– haak verder stokjes over de voorkanten en rugkant (de mouwen sla je dus gewoon over)
– je haakt tot je vestje de gewenste lengte heeft : afkanten
– mouwnen : je kan kiezen : of een vestje met korte mouwtjes zoals je nu hebt of je kan ze langer maken.
– je haakt 2 lossen in de losse-opening (waar je de mouw-afbakening begonnen bent), en haakt verder in de ronde stokjes tot het einde van de toer : sluit de toer met een halve vaste in de 2 e losse
– haak nu verder toeren tot je mouwen lang genoeg zijn : afkanten
– je truitje is bijna klaar : afwerking : met een andere kleur rondom 2 toeren vasten haken (aan de voorkanten doe ik meestal in de eerste toer : 3 vasten, 4e en 5e vaste samenhaken,((omdat het anders te veel gaat lubberen). De bovenkant en onderkant haak ik gewoon 1 vaste in elke steek. De tweede toer haak ik in elke vaste van de vorige toer.
-draadjes instoppen en klaar
– de sluitingen : ik heb aan de ene kant knoopjes gezet (nogal dikke, zodat de sluiting er makkelijk over gaat), en voor de sluitingen heb ik i-cord gehaakt. Dit is mooier en duurzamer dan een ketting lossen. (i-cord : je haakt 2 lossen, dan haak je een vaste in de eerste losse, vervolgens vasten haken in het meest rechtse beentje van de laatste vaste…- als dit niet duidelijk is probeer ik wel een filmpje te vinden)
Je kan dit patroon gebruiken voor kindervestjes, baby-spul en ga zo maar door. Je kan eindeloos variëren : bolero’s, vetjes die over elkaar sluiten, schuine sluitingen, … Je kan ook variëren met steken : vasten, halve stokjes, stokjes, schelppatronen, …
Veel succes. Hopelijk is mijn uitleg wat duidelijk, anders hoor ik dat graag!
Dit bericht is gepost in Geen categorie. Bookmark de link.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *